Het ontstaan van de vrijwillige brandweer Kootwijkerbroek:

Op 8 februari 1932 kwamen een aantal inwoners bijeen in de school met de bijbel, om met elkaar de mogelijkheden te bespreken om in Kootwijkerbroek een brandweer van de grond te krijgen. Er moest wat gedaan worden om te voorkomen, dat er nog meer huizen door de brand verwoest werden. Er ging namelijk bijna geen jaar voorbij, of hier en daar gingen één of meerdere hooibergen in vlammen op. In een enkel geval is bekend dat een beroep werd gedaan op de barneveldse brandweer, maar door de afstand en het langzame vervoer had het weinig effect. Er werd iemand per fiets naar Barneveld gestuurd, die de brand bij de commandant meldde. Deze stuurde een knecht om enkele manschappen op te trommelen. Omdat het net middag was, werd besloten om eerst het middagmaal te nuttigen, alvorens aan de verre reis te beginnen en de brandschade binnen de perken te houden. Redenen genoeg om een eigen brandweer te beginnen Op 24 januari 1933 werd de eerste jaarvergadering gehouden. De brandweer bestond nu één jaar en telde 25 leden. De oude brandspuit uit Barneveld moest door acht pompers in beweging gebracht worden, een zwaar en moeizaam werk. Terwijl er maar met één straal geblust kon worden. De pompers werden na een kwartier afgelost door de volgende ploeg van acht pompers, vandaar dat het korps zoveel leden telde. Op deze eerste vergadering kon nog geen enkele brand gemeld worden, zodat het korps nog geen enkele gelegenheid had gehad om haar nut te bewijzen. Wel werd er regelmatig geoefend om het brandweervak onder de knie te krijgen. In de nacht van 6 op 7 maart 1933 schrokken de spuitgasten wakker. In het buurtschap werd op de hoorn geblazen en het kon haast niet anders of dat moest de brandtoeter zijn. Jawel nu was er eindelijk brand, een woon en winkelhuis aan de Essenerweg stond in de brand. Hier werd dan sinds het bestaan van de brandweer het eerste succes behaald. De gebouwen werden door flink aanpakken deels behouden.

Materieel:

De oude handspuit werd gebruikt tot 1941, deze stond op een brik. De eerste twee jaar werd er een paard voor gespannen wanneer men moest uitrukken voor een brand. Daarna werd de brik achter een personenauto gekoppeld. In 1939 kwam de eerste brandweerauto, waarop de handspuit was geplaatst, zodat het werkelijke blussen nog steeds handwerk was. In 1941 kreeg men de beschikking over een oude motorspuit uit Barneveld. Dit was een hele vooruitgang, men kon nu meer water geven, maar helaas nog steeds maar één straal. Het was een groot probleem om bij elke brand aan water te komen. Men moest zich behelpen met het aanwezige water uit sloten of geboorde brandputten. In 1952 werd een dumpwagen tot blusvoertuig omgebouwd. Vanaf dat jaar konden de branden beter bestreden worden. Twee jaar later kwam er nog een wagen bij om de manschappen en het steeds groter wordende materieel te vervoeren. De dumpwagen heeft tot 1963 dienst gedaan en toen werd een nieuwe tankwagenspuit in dienst genomen. Deze werd gebruikt tot 1979, waarna een moderne Mercedes tankautospuit aangeschaft werd. Op 23 februari 1999 werd een gloednieuwe M.A.N. tankautospuit in gebruik genomen. Deze is in 2014 vervangen, wederom door een nieuwe M.A.N. tankautospuit.

Alarmering:

In de begintijd was het een hele toer om de brandweer te alarmeren. Vooral voor de bewoners in het buitengebied. Wanneer daar brand uitbrak, dan moest men vaak eerst een eind op de fiets om de brand te melden. Sommige afgelegen bewoners beschikten al vroeg over telefoon en deze hadden een bordje aan de weg staan met het opschrift: “Hier brand melden”. Dan moest via de plaatselijke telefooncentrale een gesprek worden aangevaard met het meldadres. In de meeste gevallen, wanneer men maar vertelde dat het om brand ging, nam de postbeambte de boodschap over en gaf die over aan de brandcommandant, door aanhoudend aan de slinger te draaien, zodat deze meteen wist waar het om ging. Zodra de commandant het brandadres wist greep hij een hoorn van de muur en spoedde zich al blazend naar het spuithuis. Zijn vrouw zorgde ervoor dat er nog twee hoornblazers gewaarschuwd werden. Zo werden de overige manschappen gewaarschuwd en wist het hele buurtschap wat er aan de hand was. In 1947 werd er bij de commandant een sirene geplaatst. De sirene had het voordeel dat het geluid verder weg gehoord kon worden, zodat de opkomst van het korps sneller en beter werd. Het nadeel echter was dat een groter deel van de bevolking op de hoogte gesteld werd, zodat ook het aantal toeschouwers erg toenam. In 1972 werd overgegaan op “stilalarm”. De brandweerman kreeg een zogenaamde pieper. De alarmcentrale kwam terecht op het Barneveldse politiebureau. Later werd dit verplaatst naar de alarmcentrale in Ede en dag en nacht bemand. Er is in de geschiedenis van de Vrijwillige Brandweer Kootwijkerbroek veel gebeurd. Verschillen zijn er zeer zeker. Eén ding is hetzelfde gebleven: De brandweer van toen was net zo gemotiveerd als die van nu.